MeetUP: Eén richting, ondanks onze verschillen

MeetUP: Eén richting, ondanks onze verschillen

Afgelopen zondag nam Jesse ons mee in twee Bijbelboeken die direct op elkaar aansluiten, maar een opvallend contrast laten zien: Jozua en Richteren. Twee periodes uit de geschiedenis van Israël waarin één vraag steeds terugkomt: waar richten we ons gezamenlijk op?

Het thema sloot aan bij ons jaarthema Eenheid. Want hoe blijven we verbonden als we verschillend denken, andere keuzes maken of zelfs tegenover elkaar komen te staan?

Jesse begon met een persoonlijke ervaring uit de herfstvakantie. Tijdens een gezinsuitje naar het Franse Givet bezochten ze een kerk. Bij de ingang hing een instructieposter waarop stond wat bezoekers moesten doen bij een terroristische aanslag. Een confronterend beeld, zeker wanneer je met je kinderen voor die kerk staat.

Voor zijn zoon was de waarschuwing reden om niet meer naar binnen te durven. Jesse’s eerste reactie was die angst te bagetaliseren: de kans dat er iets zou gebeuren was immers ontzettend klein. Maar Lisa wees hem erop dat het belangrijk was om eerst ruimte te geven aan de angst die Jesaja voelde.

Een klein moment waarin zichtbaar werd hoe verschillend we op dezelfde situatie kunnen reageren. En hoe belangrijk het is om niet direct vanuit je eigen perspectief te handelen, maar ook te begrijpen wat er bij de ander speelt.

Jozua: verbonden door een gezamenlijke gerichtheid

In het boek Jozua lezen we hoe het volk Israël onder leiding van Jozua het beloofde land binnentrekt. God roept hen op om sterk en moedig te zijn, elkaar te helpen en gezamenlijk op te trekken.

Een bijzonder verhaal vinden we in Jozua 22. Wanneer enkele stammen aan de andere kant van de Jordaan een altaar bouwen, ontstaat er grote onrust bij de rest van het volk. Zij vermoeden dat hun volksgenoten zich van God afkeren en een eigen plaats van aanbidding creëren. De spanningen lopen zo hoog op dat een oorlog dreigt.

Maar voordat het zover komt, gaan vertegenwoordigers van het volk met de andere stammen in gesprek. Dan blijkt dat het altaar helemaal niet bedoeld is om afstand te nemen van God. Integendeel: de stammen willen juist zichtbaar maken dat ze bij hetzelfde volk horen en dezelfde God dienen.

Het misverstand wordt opgehelderd en de dreigende verdeeldheid maakt plaats voor vrede.

Wat opvalt, is dat nergens staat dat iedereen het vervolgens ook eens was met de keuze om dat altaar te bouwen. Misschien waren er nog steeds mensen die het zelf anders zouden hebben aangepakt. Maar ze herkenden elkaars intentie en ontdekten dat hun gezamenlijke gerichtheid op God belangrijker was dan hun verschil van inzicht.

Richteren: ieder deed wat goed was in eigen ogen

Het contrast met het boek Richteren, dat direct op Jozua volgt, is groot.

Waar in Jozua de gezamenlijke gerichtheid op God centraal staat, zien we in Richteren hoe die gerichtheid steeds verder verdwijnt. Het volk raakt verstrikt in een terugkerende cyclus van ongehoorzaamheid, onderdrukking, roepen tot God en tijdelijke bevrijding. Met iedere nieuwe cyclus lijkt de situatie verder te verslechteren.

Uiteindelijk mondt het uit in ernstig geweld, onrecht en verdeeldheid, zelfs binnen het volk Israël zelf. Het boek eindigt met een veelzeggende constatering:

‘In die dagen was er geen koning in Israël; iedereen deed wat in zijn eigen ogen goed was.’ (Richteren 21:25)

Daar zit misschien wel het belangrijkste verschil tussen beide boeken. In Jozua kijken de mensen, ondanks hun onderlinge verschillen, uiteindelijk dezelfde kant op. In Richteren wordt het eigen perspectief steeds meer de maatstaf. In eigen ogen goed, of oog op Jezus.

Eenheid vraagt niet om gelijkheid

Wat betekent dat voor ons als Hemelsbreed?

We zijn een gemeenschap van mensen met verschillende achtergronden, overtuigingen en manieren van geloven. Dat is iets moois, maar het betekent ook dat we niet altijd hetzelfde denken. Over geloofsvragen, maatschappelijke ontwikkelingen of de keuzes die we in het dagelijks leven maken.

De vraag is niet of die verschillen er mogen zijn, maar hoe we ermee omgaan.

In het verhaal van het altaar zien we dat eenheid niet betekent dat iedereen het altijd eens moet worden. Het vraagt wel dat we bereid zijn elkaar op te zoeken, vragen te stellen en elkaars bedoelingen serieus te nemen. En bovenal dat we blijven zoeken naar wat ons verbindt: onze gezamenlijke gerichtheid op Jezus.

Jesse verwees daarbij naar het traject De weg volgen, waarin we eerder met elkaar stilstonden bij drie bewegingen: bij Jezus zijn, op Jezus lijken en doen wat Jezus doet.

Misschien ontstaat eenheid niet doordat we steeds meer op elkaar gaan lijken, maar doordat we allemaal steeds meer op Jezus gaan lijken.

Dat klinkt mooi, maar is in de praktijk niet altijd eenvoudig. Juist in de drukte van het dagelijks leven, bij irritaties, meningsverschillen of wanneer we ons aangevallen voelen, blijkt hoe lastig het kan zijn om vanuit Jezus’ voorbeeld te reageren.

Wat ziet de wereld als ze naar ons kijkt?

Jesse sloot af met woorden van Jezus uit Johannes 17, waarin Hij bidt om de eenheid van zijn volgelingen. Opvallend is dat Jezus die eenheid direct verbindt aan de wereld om hen heen: ‘Opdat de wereld gelooft dat U Mij gezonden hebt.’

Onze onderlinge verbondenheid is dus niet alleen belangrijk voor onszelf. Ze laat ook iets zien van wie God is.

In een wereld waarin polarisatie en tegenstellingen steeds zichtbaarder worden, mogen wij als gemeenschap misschien juist een plek zijn waar mensen iets anders ontdekken. Waar verschillen niet automatisch tot verwijdering leiden. Waar we luisteren voordat we oordelen, ruimte maken voor elkaar en ons blijven richten op Jezus.

We hebben niet in de hand wat anderen over ons denken. Maar we hebben wel invloed op wat ze zien wanneer ze naar ons kijken.

En dat begint niet bij de gemeenschap als geheel, maar ook bij ons persoonlijk.

Wie word ik wanneer de druk toeneemt? Wat gebeurt er met mij als iemand anders denkt of handelt dan ik? Word ik harder, defensiever en meer overtuigd van mijn eigen gelijk? Of word ik juist iets meer zoals Jezus?

Met die vragen gingen we na afloop in kleine groepen verder in gesprek.

Misschien ligt daar ook wel de uitdaging van ons jaarthema: niet proberen alle verschillen weg te nemen, maar juist midden in die verschillen blijven oefenen in eenheid. Met onze ogen gericht op Jezus.